Fokregelement

Fokregelement

Art. 1

  • Dit reglement bevat gedragsregels voor alle fokkers aangesloten bij de Australian Shepherd Club Belgium en die het fokreglement ondertekenden.
  • Door ondertekening van dit reglement verklaart de fokker zich ermee akkoord dat fok- en gezondheidsgegevens worden geregistreerd in het rasdatabestand van de ASCB en gegevens hieruit ter beschikking worden gesteld aan derden.

 

Art. 2

  • De honden die voor de fok worden ingezet dienen te voldoen aan de rasstandaard en opgenomen te zijn bij een instantie erkend door de FCI.
  • De honden moeten beschikken over een stamboom die wordt erkend door de FCI. ASCA stambomen worden niet erkend door de FCI.
  • Elke reu en teef die gebruikt worden voor de fok moeten voldoen aan de eisen die omschreven worden in de rasstandaard en dit fokreglement, met dien verstande dat gestreefd wordt het daar in geschetst ideaalbeeld zo dicht mogelijk te benaderen. In elk geval mogen de honden geen diskwalificerende kenmerken als monorchisme en cryptorchisme vertonen, en de witte aftekeningen moeten aan de standaard voldoen.

 

Art. 3

Eisen ten aanzien van de teef:

  • Karakter: de teef moet voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn gesteld. Het volgen van een gedragstest wordt aanbevolen, maar voorlopig niet verplicht.
  • Tijdsbepaling: de teef moet ten tijde van de dekking tenminste de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt en niet ouder zijn dan 8 jaar op de dag van de dekking. Er moeten tenminste 12 maanden zijn verstreken sinds de vorige succesvolle dekking. Het is niet toegestaan méér dan drie nesten met dezelfde teef te fokken.
  • Overige: de teef dient over een goede gezondheid te beschikken en in de tijdsperiode waarin de dekking zal plaatsvinden in prima conditie te zijn. De teef die wordt ingezet voor de fok moet minstens 1 maal de kwalificatie Zeer Goed behaald hebben op een tentoonstelling met CAC, erkend door de FCI, of op een evenement georganiseerd door de ASCB. Het fokattest van Sint-Hubertus is noodzakelijk voor honden die in België leven maar niet voldoende voor het fokken onder de rasvereniging.

 

Art. 4

Eisen ten aanzien van de reu:

  • Karakter: de reu moet voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn gesteld. Het volgen van een gedragstest wordt aanbevolen, maar voorlopig niet verplicht.
  • Tijdsbepaling: de reu moet ten tijde van de dekking tenminste de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt.
  • Overig: de reu dient over een goede gezondheid te beschikken en in de tijdsperiode waarin de dekking zal plaatsvinden in prima conditie te zijn.
  • De eigenaar van de reu wordt geacht te controleren of de voorgestelde teef voldoet aan de eisen van het fokreglement van de ASCB, ook voor nesten die niet onder het ASCB fokreglement vallen.
  • De reu die wordt ingezet voor de fok moet minstens 1 maal de kwalificatie Zeer Goed behaald hebben op een tentoonstelling met CAC, erkend door de FCI, of op een evenement georganiseerd door de ASCB. Het fokattest van Sint-Hubertus is noodzakelijk voor honden die in België leven maar niet voldoende voor het fokken onder de rasvereniging.
  • Voor honden die komen uit landen waar het toekennen van beoordelingen zoals voorzien in de FCI-reglementen niet toegepast worden, oordeelt de ASCB geval per geval en moet men goedkeuring krijgen van de ASCB voor de dekking.
  • Een reu mag, in België, maximaal 4 keer per kalenderjaar en maximaal 10 keer in zijn leven dekken.

 

Art. 5

Eisen ten aanzien van gezondheid:

  • Merle x merle combinatie: het fokken met een reu en een teef in deze combinatie is, in verband met de daaruit mogelijk voortvloeiende afwijkingen bij de nakomelingen, niet toegestaan.
  • Heupdysplasie: alle fokdieren geboren vanaf 1 januari 2003 dienen door een FCI erkende instantie of de Orthopedic Foundation for Animals te zijn beoordeeld op heupdysplasie. Gefokt wordt uitsluitend met honden die het resultaat A of B hebben ontvangen onder de FCI en excellent, good of fair onder OFA, of een overeenkomstige beoordeling uit hun eigen land. Honden moeten minstens 18 maanden oud zijn op het moment dat de test uitgevoerd wordt. Wij adviseren zelfs 24 maanden na overleg met de Orthopedic Foundation for Animals. Deze test is verplicht.
  • Elleboogsdysplasie: alle fokdieren geboren vanaf 1 januari 2013 dienen door een FCI erkende instantie of de Orthopedic Foundation for Animals te zijn beoordeeld op elleboogdysplasie. Enkel het resultaat 0 (FCI) of normal (OFA) wordt aanvaard of een overeenkomstige beoordeling uit hun eigen land. Het is wel aangeraden om honden die geboren zijn voor deze datum ook te laten testen. Honden moeten minstens 18 maanden oud zijn op het moment dat de test uitgevoerd wordt. Wij adviseren zelfs 24 maanden na overleg met de Orthopedic Foundation for Animals. Deze test is verplicht. Van reuen waarvan de eigenaars in het buitenland wonen wordt een vergelijkbare uitslag van een door de FCI erkende kennelclub aangewezen instantie of de Orthopedic Foundation for Animals geaccepteerd. Deze testen zijn verplicht
  • Oogonderzoek: alle fokdieren dienen door een officieel erkende oftalmoloog, die bij de ECVO of ACVO aangesloten is, te zijn onderzocht op erfelijke oogafwijkingen of ziekten. Reu en teef dienen daardoor “voorlopig vrij” te zijn verklaard. Hiervoor geldt dat de beoordeling ten tijde van de dekking niet ouder dan 12 maanden mag zijn. Van reuen waarvan de eigenaars in het buitenland wonen wordt een vergelijkbare uitslag van een door de FCI erkende kennelclub aangewezen instantie geaccepteerd. Deze test is verplicht.
  • HSF4: de ASCB verwacht dat er geen HSF4-lijders worden gefokt. Een drager kan gebruikt worden voor de fok maar enkel in combinatie met een vrije hond. ASCB verwacht dat honden die gebruikt worden voor de fok, getest zijn of vrij door de ouderdieren en dit moet kunnen bewezen/aangetoond worden. Om de twee generaties moet er opnieuw getest worden. Deze test is verplicht.
  • MDR1: De ASCB verbiedt het niet om een MDR1 lijder te gebruiken maar adviseert wel om deze te combineren met een vrije hond om te vermijden lijders voort te brengen. ASCB verwacht dat honden die gebruikt worden voor de fok, getest zijn of vrij door de ouderdieren en dit moet kunnen bewezen/aangetoond worden. Om de twee generaties moet er opnieuw getest worden. Deze test is verplicht voor honden geboren vanaf 01/01/2013
  • CEA-DNA test: de ASCB verwacht dat er geen CEA-lijders worden gefokt. Een drager kan gebruikt worden voor de fok maar enkel in combinatie met een vrije hond. ASCB verwacht dat honden die gebruikt worden voor de fok, getest zijn of vrij door de ouderdieren en dit moet kunnen bewezen/aangetoond worden. Om de twee generaties moet er opnieuw getest worden. Deze test is verplicht voor alle honden die in Europa wonen en geboren zijn vanaf 01/01/2013
  • PRA-DNAtest: de ASCB verwacht dat er geen PRA-lijders worden gefokt. Een drager kan gebruikt worden voor de fok maar enkel in combinatie met een vrije hond. Deze test is niet verplicht.
  • De ASCB moedigt andere DNA testen zoals Degeneratieve Myelopathie of Pelger Huet aan maar verplicht deze niet.
  • Tanden: de ASCB accepteert maximaal 2 (aangeboren) ontbrekende of extra tanden. We raden ten stelligste aan de hond met één of twee ontbrekende/extra tanden te combineren met een andere hond die een normaal, compleet gebit heeft.

 

Art. 6

Eisen ten aanzien van de fokker. De fokker draagt (er) zorg voor:

  • De ontworming van de pup(s)
  • De noodzakelijke voorlopige inentingen
  • Een door de dierenarts volledig ingevuld Europees Paspoort
  • Een oogonderzoek bij de pup(s) tussen 6 en 8 weken. Hiervan moet de uitslag ook opgestuurd worden naar de ASCB.
  • Socialisatie en goede huisvesting van de pup(s)
  • De pup(s) niet voor de leeftijd van 8 weken af te leveren
  • Een goede uitleg voor het voederen van de pup met bijvoorbeeld brochure en tips
  • Een goede uitleg over MDR1 te verschaffen
  • Het laten chippen van de pup(s)
  • Het melden van elk nest en het aantal pups aan het bestuur van de ASCB.
  • De fokker dient als eerste persoon aanspreekbaar te zijn voor de koper van de pup en staat deze met raad en daad bij in de opvoeding en gezonde ontwikkeling van de pup. De fokker zal bij problemen die zich voordoen in de combinatie baas-hond en eventueel daaruit voortkomende herplaatsing in samenwerking met de ASCB als erkende rasvereniging, alle medewerking verlenen in het zoeken van een oplossing.
  • De fokker moet ten allen tijden zijn verantwoordelijkheden nemen ten opzichte van het nest en de fokdieren.
  • De eigenaar van teef en reu wordt geacht de raskenmerken te kennen.
  • De fokker moet minstens 1 jaar lid zijn van de ASCB en in orde zijn met zijn lidmaatschap om gebruik te kunnen maken van de pupbemiddeling.

 

Art. 7

  • Onder eigenaar van de teef wordt verstaan de verkoper en de fokker. Indien meer personen als eigenaar, fokker of als verkoper kunnen worden aangemerkt, dan rusten op elk hunner de uit dit fokreglement voortvloeiende verplichtingen. Onder ‘verkopen’ wordt mede verstaan elke handeling die leidt tot rechtsverkrijging.

 

Art. 8

  • Elke fokker, ondertekenaar van het fokreglement heeft een meldingplicht. Dit betekent dat hij verplicht is ons een gepland nest te melden voor de dekking. De fokker vermeldt de gegevens van de teef en reu die voor deze dekking zullen gebruikt worden en de te verwachten loopsheid van de teef.
  • Er wordt ook verwacht dat alle verplichte medische testen gebeurd zijn voor de dekking.
  • De fokker meldt ons bij de geboorte van de pups, de datum van de geboorte en het aantal pups. Eens alle pups verkocht zijn moet de fokker dit ook melden.
  • Kopieën van stambomen, officiële onderzoeken op heupdysplasie, elleboogdysplasie, erfelijke oogafwijkingen en DNA testen moeten opgestuurd worden naar de functionaris die belast is met de pupbemiddeling.
  • Indien een reu, die eigendom is van een fokker die lid is van de ASCB, een dekking doet bij een niet aangesloten fokker, wordt er verwacht dat de aangesloten fokker dezelfde eisen stelt aan de te dekken teef en diens eigenaar. Dit met het oog op rasverbetering en niet op rasvermeerdering.
  • Elke fokker houdt zich eraan om niet meer dan 4 nesten van het ras Australian Shepherd te fokken per kalenderjaar.
  • Elke fokker moet steeds fokken met het oog op rasverbetering en niet op rasvermeerdering.

 

Opmerking:

  • Enkel de nesten die aan de voorwaarden omschreven in dit fokreglement voldoen, worden opgenomen in onze puppybemiddeling.

Om voor de puppybemiddeling in aanmerking te komen moet de fokker het nest aanmelden tenminste 48 u voor de dekking.

  • De geboorte van de pups moet binnen de 5 dagen na geboorte gemeld worden.
  • Als het nest 15 weken oud is wordt deze automatisch van de website gehaald, tenzij anders aangevraagd door de fokker.
  • Indien een fokker het reglement niet respecteert, zal de ASCB de nodige stappen ondernemen.

 

Art. 9

  • Het voltallige bestuur is bevoegd bij meerderheid van de stemmen om bij wijze van uitzondering dispensatie te verlenen van het bepaalde in alle leden van dit reglement.
  • Dispensatie moet per mail aangevraagd worden via australianshepherdclubbelgium@hotmail.com met de nodige argumentatie waarom u een bepaalde combinatie wilt doen die afwijkt van dit reglement. Na overleg van het bestuur zal u binnen een week een mail terugkrijgen met het antwoord op uw aanvraag. De aanvraag moet minstens 2 maanden voor de dekking gebeuren.

 

Art. 10

  • De fokker, aangesloten bij de ASCB, verbindt zich ertoe om niet meer dan twee hondenrassen te fokken.
  • Hij zal zijn pups ook niet verkopen in dierenspeciaalzaken, fokkerijen, op markten of op andere commerciële instellingen.