HSF4

In principe is cataract uit te leggen als elke vorm van witting of troebeling van de lens of het lenskapsel. Het wordt meestal veroorzaakt door een verminderde zuurstofopname. Hierdoor wordt de lenskwaliteit negatief beïnvloed. Dit leidt aanvankelijk tot zwelling van de lens door verhoogde vloeistofopname en later juist tot uitdroging van de lens.

 

Onderverdeling:

Cataract is onder te verdelen in verschillende vormen, naar leeftijd van optreden (juveniel of seniel cataract), naar oorzaak van ontstaan (traumatisch, diabetisch cataract), of naar plaats van ontstaan (capsulair, subcapsulair, anterior, posterior, nucleair).De laatste criteria zijn erg technisch om goed uit te leggen en voor behandeling en prognose van weinig belang. De andere criteria van onderverdeling verdienen enige uitleg:

  • Congenitaal cataract. Dit type cataract is aangeboren, en komt meestal voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen aan het oog. Het type cataract is vaak langzaam progressief (wordt langzaam erger) en geeft meestal uitgesproken witting van de lens.
  • Juveniel cataract. Dit type ontstaat vaak al tussen het 1e en 8e levensjaar. Als andere oorzaken uitgesloten zijn (zoals diabetes, bestraling of trauma) is erfelijkheid zeer waarschijnlijk. Juveniel cataract begint vaak aan de buitenzijde van de lens en wordt erger in de tijd.
  • Seniel cataract (ouderdomsstaar). Dit is een veelvoorkomende vorm van cataract. Het wordt meestal gezien bij oudere dieren en is vaak eerder gelokaliseerd (niet de gehele lens is betrokken in het proces). Het mag niet verward worden met de normale verharding van de lens (sclerose) die bij vrijwel elke hond optreedt bij het ouder worden.
  • Stralingscataract. Overmatige bestraling van het oog, bijvoorbeeld Röntgen- of gammastraling, maar ook UV-licht, kan cataract induceren.
  • Alimentair/toxisch cataract. Bepaalde giftige stoffen en mogelijk sommige voedingsbestanddelen kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van cataract.
  • Traumatisch cataract. Door een steekwonde door bijvoorbeeld een doorn, een splinter of een nagel van een kat kan cataract ontstaan wanneer de lens of het lenskapsel geraakt wordt. De uitgebreidheid van het cataract is afhankelijk van de diepte van de wond en de snelheid van helen van het lenskapsel. Bij snelle heling kan het cataract beperkt blijven tot een kleine zone, het gezichtsvermogen kan dan onaangetast blijven.
  • Erfelijk cataract. De meest voorkomende vorm van cataract bij de hond komt zowel als juveniele vorm voor als in de vorm van seniel cataract. Het begint meestal achteraan op de lens en breidt zich naar voren uit.

 

Een laatste vorm van cataract is secundair cataract. Het hoort niet in het bovenstaande lijstje omdat de cataract optreedt als gevolg van een andere (oog-) aandoening en niet als ziektebeeld op zich. Voorbeelden zijn lensluxatie, retinadysplasie en progressieve retina atrofie. De laatste twee oorzaken zijn netvliesaandoeningen waarbij vaak blindheid optreedt. Het is dan ook aan te raden deze oorzaken uit te sluiten vooraleer men overgaat tot behandeling van het cataract

 

Diabetisch cataract, deze vorm kan geschaard worden onder het kopje secundair, maar wordt als aparte aandoening besproken in verband met een bijzonder belang. Bij diabetescataract stijgt de hoeveelheid suiker in het oogvocht en de lens, deze suiker wordt omgezet in bepaalde stoffen die sterk water gaan aantrekken in de lens. Hierdoor krijgt men zwelling en dus ontstaat cataract. Het belang van deze vorm van cataract is dubbel: enerzijds kan het optreden van cataract door diabetes heel snel gaan (soms binnen 14 dagen) en is het dus aan te bevelen een suikerpatiënt zo snel mogelijk te behandelen, anderzijds is het (plots) optreden van cataract een goede reden om na te gaan of de patiënt suikerziekte heeft.

 

Behandeling:

Er bestaat geen medicamenteuze behandeling voor cataract, noch kan men de progressie van cataract beïnvloeden door medicijnen. De enige behandelmogelijkheid is chirurgie..

 

Preventie:

Voor preventie van cataract is het belangrijk naar de erfelijkheid te kijken, het verzamelen van DNA materiaal van lijders en hun ouderdieren kan een belangrijke schakel zijn in het vinden van een mutatie en dus genetische aanleg voor cataract. Op dit moment is er voor één vorm van juveniele cataract een DNA test beschikbaar, het betreft een mutatie in het gen met de naam HSF4. De mate van erfelijkheid lijkt dominant voor te komen met incomplete penetratie, wat betekent dat niet elke hond met de afwijking cataract krijgt. Het varieert ook enorm met de leeftijd wanneer het voorkomt.

 

 

http://www.tollertales.nl/gezondheid/cataract

Cataract / Cataractes